Zelf een uitvaartkist maken: mag dat en waar moet je op letten?

Geen reacties

Het korte antwoord is: ja, je kunt zelf een uitvaartkist maken. Je bent niet verplicht een kist bij een uitvaartondernemer of een gespecialiseerde leverancier te kopen.

Maar dat betekent niet dat zomaar iedere houten doos automatisch geschikt is om iemand in te begraven of te cremeren.

Een uitvaartkist is uiteindelijk ook een gebruiksvoorwerp. Hij moet voldoende sterk zijn, veilig kunnen worden gedragen en passen bij de manier waarop hij later wordt gebruikt. En er gelden regels voor de materialen.

Dat klinkt misschien ingewikkeld.
In de praktijk valt dat mee. Zeker wanneer je er bij het ontwerp al rekening mee houdt.

Een kist hoeft niet uit een fabriek te komen

Bij een uitvaart denken veel mensen automatisch aan een kist die via de uitvaartondernemer wordt besteld.
Maar de wet schrijft niet voor dat een kist door een erkende kistenfabrikant moet zijn gemaakt.
Dat geeft behoorlijk veel vrijheid.
Je kunt dus zelf nadenken over:
de vorm;
de houtsoort;
de verbindingen;
de afwerking;
de handgrepen;
de binnenzijde;
en natuurlijk het uiterlijk.

Voor een meubelmaker is dat interessant.
Want zodra je een uitvaartkist niet meer uitsluitend als een uitvaartproduct bekijkt, maar als een houten object, ontstaan ineens veel meer mogelijkheden.

Begraven: vooral letten op de materialen
Voor een kist die wordt begraven is de hoofdregel eigenlijk heel logisch.
Het materiaal moet uiteindelijk kunnen vergaan.

Het Besluit op de lijkbezorging bepaalt dat een kist of ander omhulsel voor begraving moet zijn vervaardigd met biologisch afbreekbare materialen die het doel van de begraving niet belemmeren.
Dat betekent niet dat er helemaal geen lijm, spijker of schroef gebruikt mag worden. Voor verbindingselementen zoals lijm, spijkers, schroeven, nieten en klemmen is in de regelgeving juist een uitzondering opgenomen. Ook verwijderbare handvatten en ornamenten kunnen van andere materialen zijn.

Voor Kistvoorlater ligt massief hout daarom voor de hand.
Niet alleen omdat het goed te verwerken is, maar vooral omdat je daarmee een prachtig meubel kunt maken zonder ingewikkelde materiaalcombinaties.
Eiken, essen, beuken, populieren, vuren: er is veel mogelijk.
Maar de houtsoort is maar een deel van het verhaal. Ook lijmen, afwerkingen, bekleding en andere toevoegingen verdienen aandacht.

En als ik gecremeerd wil worden?
Dan spelen andere praktische eisen een rol.
Een crematieoven is een technische installatie. Een kist moet daarin veilig verwerkt kunnen worden.

Daarom heeft de Landelijke Vereniging van Crematoria een kwaliteitsnorm voor uitvaartkisten en andere lijkomhulsels.
Veel gewone houtsoorten zijn daarvoor geschikt. Op de materialenlijst van de LVC staan bijvoorbeeld eiken, essen, beuken, berken, populieren, grenen, vuren en diverse andere massieve houtsoorten. Ook materialen als multiplex, MDF en spaanplaat komen op de lijst voor.

Bij bijzondere constructies of materialen wordt het interessanter.
Een crematorium moet immers weten wat er de oven in gaat. Nieuwe soorten kisten en materialen kunnen daarom op geschiktheid worden beoordeeld. De LVC houdt daarvoor een overzicht bij.

Dat is een goede reden om bij een zelfgemaakt ontwerp niet alleen te denken: Kan ik dit maken?
maar ook: Kan dit later zonder problemen worden gebruikt?

Kist Uit Catalogus
Houten Kisten Winkel
Buitenlandse Kist

Sterk genoeg is minstens zo belangrijk

Sterk genoeg is minstens zo belangrijk

Een uitvaartkist moet uiteindelijk natuurlijk ook doen waarvoor hij bedoeld is.
Hij moet een overledene kunnen dragen.
Dat klinkt vanzelfsprekend, maar bij een zelf ontworpen kist is het een belangrijk constructief uitgangspunt.
Denk aan:
voldoende sterke bodem;
degelijke verbinding tussen bodem en wanden;
betrouwbare handgrepen;
voldoende stijve lange zijden;
verbindingen die niet onverwacht kunnen loskomen.

Daar zit wat mij betreft juist een interessant verschil tussen een houten doos maken en een goede uitvaartkist ontwerpen.
Bij Kistvoorlater wil ik daarom niet eerst een mooi meubel tekenen en pas achteraf bedenken of er ooit een kist van gemaakt kan worden.
Het moet vanaf de eerste schets technisch kloppen.

De afwerking verdient aandacht
Als meubelmaker ben je gewend een meubel mooi af te werken.
Olie, lak, was, verf: normaal gesproken is er veel mogelijk.
Bij een meubel dat later als uitvaartkist wordt gebruikt, moeten we daar bewuster mee omgaan.
Niet iedere materiaalkeuze die voor een gewone kast of bank vanzelfsprekend is, hoeft tientallen jaren later ook de beste keuze voor begraven of cremeren te zijn.

En bij natuurbegraven kunnen de eisen nog duidelijk strenger zijn. Begraafplaatsen kunnen aanvullende regels stellen; zo zijn er natuurbegraafplaatsen waar alleen afbreekbare materialen en ongelakte, niet chemisch behandelde houtsoorten zijn toegestaan.

Daarom zie ik materiaalkeuze bij Kistvoorlater niet als een detail aan het einde. Het hoort bij het ontwerp.

Een bank maakt het nog interessanter
Bij een gewone uitvaartkist is de functie duidelijk.
Bij De Bank voor Later hebben we twee functies.
Vandaag moet het een goede bank zijn.
Later moet dezelfde constructie kunnen veranderen in een goede uitvaartkist.
Dat betekent dat we bij het ontwerp voortdurend twee vragen stellen:
Werkt dit als meubel?
én:
Werkt dit later als kist?

De zitting kan bijvoorbeeld later de bodem worden. Een rugpaneel kan het deksel worden. Andere onderdelen kunnen de zijden of kopse kanten vormen. Het ideaal is dat vrijwel alle onderdelen tijdens het leven al onderdeel van het meubel zijn.
Geen stapel planken die dertig jaar op zolder moet blijven liggen.

Dat maakt het technisch ingewikkelder. Maar ook veel interessanter.

Wat als de regels over twintig jaar veranderd zijn?
Dat is bij Kistvoorlater een belangrijke vraag.
Je kunt vandaag een meubel maken dat misschien pas in 2046, 2056 of nog veel later als uitvaartkist wordt gebruikt.
Niemand kan garanderen dat alle voorschriften tegen die tijd nog precies hetzelfde zijn.
Daarom zou ik ook nooit willen beloven:
Deze kist voldoet voor altijd aan alle voorschriften.
Wat we wél kunnen doen, is hem verstandig ontwerpen volgens de kennis en eisen van het moment en precies vastleggen hoe hij gemaakt is.

Daar komt het Kistpaspoort om de hoek kijken.

Het Kistpaspoort
Bij ieder project hoort een persoonlijk Kistpaspoort.
Daarin leggen we niet alleen het verhaal van het meubel vast, maar ook de technische gegevens.
Denk aan:
afmetingen;
houtsoort;
gebruikte lijm;
afwerking;
beslag;
constructie van de bodem;
bevestiging van de handgrepen;
toegepaste andere materialen;
gewicht;
en bij een meubel: de volledige ombouwinstructie.

Daarmee kan een uitvaartbegeleider of beheerder later precies zien waar het meubel van gemaakt is.
En belangrijker: op het moment dat het meubel daadwerkelijk nodig is, kunnen de dan geldende eisen opnieuw worden gecontroleerd.
Want regels veranderen.
Een goed meubel kan lang meegaan.
De documentatie moet dat dus ook kunnen.

Kan ik dan alles maken wat ik wil?

Nee.
En eerlijk gezegd maakt juist dat ontwerpen leuk.
Er zijn grenzen aan materiaal, constructie, afmetingen en praktisch gebruik.
Maar binnen die grenzen is veel meer mogelijk dan de rij vrijwel identieke uitvaartkisten die we gewend zijn.
Een eenvoudige massief houten kist.
Een moderne rechthoekige kist.
Hout met een persoonlijke geschiedenis.
Een bank.
Een dekenkist.
Misschien een meubelvorm waar we nu nog helemaal niet aan hebben gedacht.

Bij Kistvoorlater begint het daarom niet met: Welk model wilt u?
Maar met: Wat zou jij willen maken?
Daarna kijken we samen hoe we daar een mooi én technisch verantwoord ontwerp van kunnen maken.

Eerst maken. Later nog een keer controleren.

Dat is misschien de belangrijkste praktische conclusie.
Een kist die je vandaag maakt voor een uitvaart volgende week kun je direct toetsen aan de eisen van de gekozen begraafplaats of het crematorium.
Bij Kistvoorlater kan daar tientallen jaren tussen zitten.
Daarom doen we het twee keer.
Nu: zorgvuldig ontwerpen, goede materialen gebruiken en alles documenteren.
Later: vóór daadwerkelijk gebruik controleren of het meubel nog voldoet aan de dan geldende eisen en aan de voorwaarden van de gekozen begraafplaats of het crematorium.
Dat lijkt misschien omslachtig.
Ik vind het juist geruststellend.
Want zo kun je nu alle vrijheid nemen om iets persoonlijks en moois te maken, zonder te doen alsof we weten hoe de wereld er over dertig jaar precies uitziet.
En tot die tijd?
Dan is het gewoon een goed meubel.

Nieuwsgierig?

Misschien wil je een traditionele houten uitvaartkist maken. Misschien spreekt juist het idee van een meubel voor later je aan.
Je hoeft nog niets uitgewerkt te hebben.
Kom gerust eens kijken in de werkplaats. Dan kunnen we aan de hand van hout, voorbeelden en tekeningen bekijken wat er mogelijk is.

Eerst maar eens koffie.

Natuurbegraafplaats
Waarom zou je je uitvaartkist pas na je overlijden laten kiezen?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Fill out this field
Fill out this field
Geef een geldig e-mailadres op.

Menu